Een brede coalitie van brancheorganisaties uit de recycling‑ en afvalsector, waaronder de Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondreinigingsbedrijven (NVPG), heeft de Tweede Kamer opgeroepen de aangekondigde lastenverzwaring van € 567 miljoen voor de sector te heroverwegen. In aanloop naar het debat over de Voorjaarsnota 2026 waarschuwen de organisaties voor ernstige gevolgen voor recycling, circulariteit en het investeringsklimaat in Nederland.
Aanleiding is het besluit van het kabinet om de eerder voorgestelde plasticheffing te schrappen en de budgettaire dekking te zoeken bij afvalverbranding en -storten. De Tweede Kamer heeft hier in november 2025 met de breed gesteunde motie‑Stultiens c.s. expliciet een stokje voor gestoken. In de motie wordt gesteld dat deze aanpak leidt tot minder recycling in Nederland, meer export van afval, verlies van verwerkingcapaciteit, banen en grondstoffen en vertraging van CO₂‑reductie.
De sector constateert dat het kabinet heeft aangekondigd de inhoudelijke besluitvorming door te schuiven naar Prinsjesdag. Volgens de brancheorganisaties staat dit haaks op de wens van de Kamer en zorgt dit voor grote onzekerheid in een sector die juist nu voor belangrijke investeringsbeslissingen staat.
De extra heffingen raken niet alleen restafvalverwerking, maar verhogen ook de kostprijs van recycling. Recyclingstromen bevatten onvermijdelijk een niet‑recyclebaar deel (gemiddeld circa 25%) dat moet worden verbrand of gestort. Extra lasten op die verwerkingsroutes verslechteren de concurrentiepositie van Nederlands recyclaat, ten opzichte van zowel primaire grondstoffen als buitenlandse verwerkers.
Daarmee dreigt een verplaatsing van afvalstromen, investeringen en werkgelegenheid naar het buitenland. Dit ondermijnt niet alleen de circulaire economie, maar ook de strategische autonomie van Nederland als het gaat om de beschikbaarheid van secundaire grondstoffen.
Concrete alternatieven beschikbaar
In een bijlage bij de brief aan de Kamer hebben de brancheorganisaties concrete alternatieve dekkingsopties uitgewerkt. Deze voorstellen verschuiven de fiscale prikkel van de ‘achterkant’ van de keten (afvalverwerking) naar de ‘voorkant’ (productie en gebruik van primaire grondstoffen), en sluiten beter aan bij circulaire doelstellingen. Volgens de sector kan met deze maatregelen ruimschoots dezelfde of zelfs een hogere budgettaire opbrengst worden gerealiseerd, zonder het Nederlandse recyclingsysteem te verzwakken.
De gezamenlijke brancheverenigingen, waaronder de NVPG, roepen de Kamer op om bij de behandeling van de Voorjaarsnota scherp toe te zien op de uitvoering van de motie‑Stultiens. Daarnaast vragen zij om de sector en de Kamer ruim vóór Prinsjesdag te betrekken bij de keuzes die het kabinet wil maken.
In een eerder verzonden brief gaf de NVPG aan dat de voorgenomen budgettaire opgave voor de grondreinigingssector zal leiden tot hogere lasten op verbranden en storten dat onvermijdelijke reststromen zwaarder worden belast, met hogere kosten voor bodemsanering en vertraging van herontwikkeling en woningbouw tot gevolg. Daarmee worden juist activiteiten geraakt die essentieel zijn voor circulariteit, CO₂‑reductie en het beschikbaar maken van bouwlocaties.