De Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondreinigingsbedrijven (NVPG) heeft een inspraakreactie ingediend op de ontwerpwijziging van het Arbobesluit en de Arboregeling. Deze wijziging vloeit voort uit de implementatie van de herziene Europese Asbestrichtlijn (EU 2023/2668).
In de reactie vraagt de NVPG nadrukkelijk aandacht voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde regels voor grondreinigingsbedrijven en voor het voorkomen van onnodige lastenverzwaring.
Een belangrijk punt van zorg voor de NVPG is de introductie van een nieuwe vergunningplicht voor het reinigen van asbesthoudende grond. Voor de sector komt deze maatregel onverwacht en bovenop bestaande, al strenge milieu- en arboregels. Grondreinigingsbedrijven beschikken reeds over uitgebreide milieuvergunningen waarin strikte eisen zijn opgenomen om emissies en blootstelling aan asbest te voorkomen. In combinatie met de bestaande arboregelgeving wordt veilig en gezond werken al geborgd. Daarom betwijfelt de NVPG of een aanvullende vergunningplicht daadwerkelijk bijdraagt aan een hoger beschermingsniveau.
De NVPG plaatst kanttekeningen bij de wijze waarop de Europese regelgeving wordt vertaald naar nationale wetgeving. De Europese Asbestrichtlijn lijkt zich primair te richten op het verwijderen van asbest uit bouwwerken en objecten, en niet specifiek op het reinigen van asbesthoudende grond. De NVPG roept het ministerie van SZW daarom op om te onderzoeken of het noodzakelijk is om de vergunningplicht ook van toepassing te verklaren op grondreinigingsbedrijven. Indien dit onvermijdelijk blijkt, pleit de NVPG ervoor om deze in ieder geval te beperken tot situaties waarin sprake is van concentraties boven de geldende restconcentratienorm.
De NVPG pleit ervoor om bij vergunningverlening aan te sluiten bij bestaande kwaliteitsborgingssystemen, zoals de Kwalibo-certificatie (BRL SIKB 7500). Tegelijkertijd vraagt de vereniging om duidelijkheid over situaties waarin asbest uit andere bulkmaterialen dan grond wordt verwijderd.
De voorgestelde opleidingseisen vormen een ander aandachtspunt. Deze zijn volgens de NVPG sterk gebaseerd op werkzaamheden in de sloopsector en sluiten onvoldoende aan bij de praktijk van grondreiniging. Daarom wordt voorgesteld om voor grondreinigingsbedrijven te volstaan met een basisopleiding. Daarnaast vraagt de NVPG om verduidelijking welke functies binnen de sector onder de opleiding- en registratieplicht vallen, waaronder ook machinisten.
Ook op het gebied van meldingsverplichtingen en operationele procedures signaleert de NVPG verschillende knelpunten. Zo vraagt de NVPG om duidelijkheid over de frequentie van meldingen bij wisselingen in personeel. Verder wijst de NVPG erop dat diverse voorgestelde verplichtingen - zoals werkplannen, gereedmeldingen en eindbeoordelingen - niet goed aansluiten op de praktijk van grondreiniging en momenteel ook niet gelden binnen de sector.
Met haar inspraakreactie draagt de NVPG bij aan effectieve en werkbare regelgeving. De NVPG benadrukt het belang van een proportionele aanpak die recht doet aan de specifieke kenmerken van de sector, zonder concessies te doen aan veiligheid en gezondheid.