Maandag 2 maart 2026 organiseerde de NVPG een informatiebijeenkomst voor haar leden over de ervaringen met het opstellen van een Vermijdings‑ en Reductieprogramma’s (VRP) voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).
Tijdens de bijeenkomst stond de praktische uitvoering van de ‘VRP‑verplichting’ en de toepassing van de regelgeving rondom ZZS binnen de bedrijfsvoering van onze leden centraal. De NVPG ziet het als haar taak om informatie-uitwisseling te organiseren over onderwerpen die voor de sector relevant zijn, en dit thema bleek voor veel bedrijven actueel.
Tijdens de bijeenkomst werd een toelichting gegeven op de relevante ZZS‑regelgeving. Daarbij kwamen de rechtstreeks werkende voorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, paragraaf 5.4.3) aan de orde, die ook van toepassing zijn voor grondreinigingsbedrijven. Daarnaast is ingegaan op ZZS‑voorschriften die in de omgevingsvergunningen van onze leden zijn opgenomen of door ambtshalve wijziging worden opgenomen. Ook de informatieplicht ZZS op grond van artikel 10 van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, die sinds 1 juli 2025 geldt, is besproken.
Er is een toelichting gegeven op de eisen die in het Bal worden gesteld aan het VRP. Een VRP moet inzicht geven in de emissies van ZZS naar lucht en water en moet eens per vijf jaar worden geactualiseerd. Bij het opstellen van een VRP wordt een stappenplan gevolgd dat kortweg bestaat uit het beschrijven van de emissiesituatie, het onderzoeken van bronaanpak en reductiemethoden, het uitvoeren van een immissietoets en het vastleggen van maatregelen die volgens de SMART‑methodiek moeten worden geformuleerd.
Voor grondreinigingsbedrijven heeft het VRP voor ZZS een specifieke en complexe betekenis. Hoewel het VRP in de regelgeving vooral lijkt te zijn ontwikkeld voor productieprocessen, vallen grondreinigingsbedrijven onder dezelfde verplichtingen. Dit maakt het toepassen van de VRP‑stappen volgens de standaardmethodiek lastig. Tijdens de bijeenkomst is besproken hoe hier op een praktische wijze mee kan worden omgegaan. Afstemming met de Omgevingsdienst over de opzet en inhoud specifiek voor een grondreinigingsbedrijf wordt aanbevolen.
Tot slot bleek uit de bijeenkomst dat veel bedrijven behoefte hebben aan een gecoördineerde of branchebrede aanpak rondom het VRP. Een gezamenlijke basisopzet van het VRP of een richtlijn hoe het VRP op te stellen, kan helpen bij het eenduidig interpreteren van regelgeving en het beter uitleggen van de sectorrealiteit aan het bevoegd gezag. De NVPG gaat dit voor haar leden uitwerken.